Welke factoren beïnvloeden het rookgedrag van jongeren nog?

Individuele, omgevingsgerichte en door het beleid gestuurde factoren beïnvloeden en versterken elkaar:

Relatief jong beginnen

Uit de laatste Leerlingenbevraging blijkt dat de gemiddelde beginleeftijd voor roken 14,9 jaar is. Vijf jaar geleden was dat nog 14,1 jaar.

Uit de resultaten van de vorige Leerlingenbevraging bleek dat van de jongeren die ooit rookten 48% het deed op de leeftijd van 14 jaar of jonger (een substantieel deel was dus al 15 jaar of ouder). Jongeren die voor hun 14de een eerste keer tabak gebruikten evolueerden ook vaker tot regelmatige gebruikers dan jongeren die 14 jaar of ouder waren. 64% van de jongeren van de eerste groep werd een regelmatige gebruiker, bij degenen die later begonnen was dat 37%.

Beeld van roken

Sommige jongeren zijn nieuwsgierig, experimenteren, vinden roken stoer, denken dat het lekker zal zijn, …

Negatief zelfbeeld en stress

Uit de literatuur blijkt dat een negatief zelfbeeld en stressvolle gebeurtenissen belangrijke voorspellers zijn voor roken bij jongeren. Sommige jongeren roken omdat ze zich niet goed in hun vel voelen, en hopen via de sigaret grip op hun problemen te krijgen.

Rokende ouders, familie en vrienden

Jongeren hebben veel meer kans om te gaan roken als hun ouders, oudere broers of zussen en vrienden ook roken. Vrienden spelen bovendien een rol bij het aanleveren van tabak. Jongeren in een rokende omgeving denken vaak ook dat iedereen rookt en er in de samenleving veel meer rokers zijn dan in feite het geval is. De omgeving draagt zo bij aan het creëren van een norm waarin roken aanvaard is.

Uit de Leerlingenbevraging blijkt dat 44% van de 12-14-jarigen minstens 1 vriend heeft die rookt. Bij 14% van de 15-16-jarigen rookt de helft tot de hele vriendenkring, bij 17-18-jarigen is het 22%. Er is een sterke link tussen het eigen tabaksgebruik en het aantal vrienden dat rookt. Van de jongeren die nog nooit tabak hebben gerookt, heeft 45,3% ook geen enkele vriend die rookt. Bij degenen die wel ooit hebben gerookt, is dit slechts 4,3%. Van de jongeren die geen huidige roker zijn geeft 6,1% aan dat meer dan de helft van hun vriendengroep rookt. Bij occasionele rokers stijgt dit aantal tot 22,4% en bij regelmatige rokers tot 57,3%.

Volgens de laatste HBSC-studie zijn rokende vrienden de belangrijkste voorspeller in de omgevingsfactoren, gevolgd door ouders die roken.

Gemakkelijke toegang tot sigaretten op jonge leeftijd

Er mag in ons land geen tabak verkocht worden aan jongeren onder de 16 jaar. Toch zegt 21% van de leerlingen in de Leerlingenbevraging ooit tabak te hebben gerookt. 44% van de -16-jarigen beweert gemakkelijk aan tabak te kunnen geraken. Bij de jongeren die ouder zijn dan 16 jaar – maar nog steeds minderjarig – is het cijfer nog hoger: 87% geeft aan gemakkelijk aan sigaretten te kunnen raken.

Voor -16-jarigen is het in ons land kinderspel om aan sigaretten te raken. Er zijn veel verkooppunten. Sigaretten worden als doodgewone consumptieartikelen in de buurt van scholen verkocht. De leeftijd wordt bij de aankoop gebrekkig gecontroleerd. Het systeem van de verplichte leeftijdsvergrendeling van tabaksautomaten is niet sluitend, waardoor -16-jarigen ook zo gemakkelijk toegang hebben tot sigaretten.

België is een van de weinige Europese landen waar 16-jarigen sigaretten mogen kopen. Het VIGeZ is voorstander van een verhoging van de aankoopleeftijd tot 18 jaar, maar als onderdeel van een coherent pakket van maatregelen om tabaksgebruik door jongeren te ontmoedigen. Dan zou het een sterk signaal zijn dat de samenleving niet goedkeurt dat minderjarigen toegang hebben tot een product dat hen sterk afhankelijk maakt en waarmee ze met veel moeite – en vaak pas decennia later – weer vanaf kunnen raken. Meerderjarigen beginnen vaak niet meer met roken.

Relatief lage prijs

Voor jongeren is het financiële argument heel belangrijk. Hoe hoger die is, hoe minder ze roken. Prijsverhoging is een effectieve maatregel om roken bij jongeren terug te dringen. Maar in ons land zijn tabaksproducten relatief goedkoop. Dat bepaalt sterk mee de gemakkelijke toegang tot tabak.

Tabaksreclame kan nog steeds op strategische plaatsen en via het pakje

In en aan de buitenkant van krantenwinkels wordt nog steeds reclame gemaakt voor tabak, ook in de omgeving van scholen. Het uitstallen en tonen van tabakswaren in de winkel is nog steeds toegelaten. In veel andere landen is dat niet meer het geval. In het verleden raakte ook bekend dat krantenwinkels ‘creatief’ omsprongen met de regels op het vlak van reclame en affichering.

Jongeren zijn ook gevoelig voor de stijl en uitstraling van het pakje. Uit onderzoek wereldwijd blijkt dat neutrale standaardverpakkingen zonder kleuren en logo’s een afradend effect hebben op het beginnen roken door jongeren. Bij ons werden die conclusies bevestigd in een onderzoek door de UA.

Drempelverlagende zoet- en smaakstoffen in tabak

Het toevoegen van zoet- en smaakstoffen en andere additieven aan sigaretten verbetert de smaak en vermindert andere hinderlijke kantjes, zoals de irritatie door de rook. Het is een bewuste strategie van de tabaksindustrie om de drempel voor beginnende rokers te verlagen. De discussie begint nu opnieuw voor de e-sigaret.

Roken op café

Het algemeen rookverbod in de horeca verkleint het maatschappelijk draagvlak voor roken, en op termijn leidt zo’n verbod tot meer stoppers. Cafés zijn minder dan vroeger een ontmoetingsplaats voor nieuwe (lees: jonge) rokers. Nog in te veel cafés wordt het rookverbod overtreden, maar de evolutie lijkt positief.

Op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen en onderzoek?

Lees de ‘Nieuwsbrief Tabak‘ van het VIGeZ.